Nieuws

De nieuwe omgevingsvergunning in voege

Met veel toeters en bellen werd op 25 april 2014 het decreet betreffende de omgevingsvergunning bekrachtigd en goedgekeurd. Het was echter lange tijd wachten op het uitvoeringsbesluit d.d. 27 november 2015 dat werd gepubliceerd op 23 februari 2016. De inwerkingtreding van (het overgrote deel van) de reglementering inzake de omgevingsvergunning werd in dit besluit bepaald op 23 februari 2017.

Wegens de aanzienlijke implicaties voor de lokale overheden (gemeenten) konden deze echter opteren voor een bijkomend uitstel van implementatie van de nieuwe wetgeving tot 1 juli 2017. Op enkele uitzonderingen na hebben alle gemeenten gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. De provincies en het Vlaams Gewest passen wel reeds de nieuwe procedure toe.

Met de nieuwe omgevingsvergunning realiseert de wetgever de integratie van de milieuvergunning, de stedenbouwkundige vergunning en de verkavelingsvergunning. De nieuwe wetgeving raakt niet of nauwelijks aan de inhoudelijke criteria, die nog steeds worden geregeld in onderscheiden wetgeving: de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (nieuwe Titel V).

Het nieuwe decreet betreffende de omgevingsvergunning spitst zich toe op het procedurele aspect, namelijk de vergunningsprocedures.

Met de omgevingsvergunning is de wetgever willen tegemoet komen aan de voornaamste pijnpunten verbonden aan de onderscheiden wetgeving en procedures van voorheen.

Met de nieuwe wetgeving beoogt men de bestaande procedures te vereenvoudigen en te versnellen: een milieu-, verkavelings- en stedenbouwkundige vergunning zullen voortaan kunnen worden gevat in één aanvraag, bij één vergunningverlenende overheid (zij het de gemeente, de provincie of het Vlaams gewest) met, indien voorgeschreven, één openbaar onderzoek en één adviesronde.

Een omgevingsvergunning zal bovendien principieel worden afgeleverd voor onbepaalde duur, hetgeen voor een milieuvergunning voordien beperkt was tot 20 jaar. Echter wel gecombineerd met een systeem van tussentijdse evaluatie.

De wetgever streeft tot slot ook een kwaliteitsvoller vergunningsbeleid na door meer bevoegdheden bij de lokale overheden te leggen. Een aanvrager kan tijdens een facultatief vooroverleg reeds in gesprek gaan met de vergunningverlenende overheid en eventuele adviesorganen. Een administratieve lus creëert de mogelijkheid om tijdens de procedure reeds te remediëren aan vormfouten. De aanvraag kan tijdens de procedure worden aangepast in onderhandeling met de betrokken partijen.

Flexibelere procedures beogen de efficiëntie van de procedures en kwaliteit van de afgeleverde vergunningen te optimaliseren. In belangrijke mate zal de realisatie van deze doelstellingen afhankelijk zijn van de uitvoering van de wetgeving door de lokale overheden die een centrale rol zullen opnemen in deze nieuwe vergunningspraktijk.