Nieuws

Controle op privémails van de werknemer is een schending van zijn privacy

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft zich op 5 september 2017 definitief uitgesproken in een zaak omtrent het ontslag van een werknemer met schending van zijn privacy. De zaak betrof het ontslag van een werknemer die tijdens zijn arbeidstijd gebruik maakte van internet en e-mailverkeer voor privédoeleinden, hoewel dit door zijn werkgever meermaals uitdrukkelijk werd verboden. Om de naleving van dit verbod te garanderen, had de werkgever een controlesysteem opgezet, zodat hij het internet- en e-mailgebruik van zijn werknemers kon natrekken. De werkgever had zijn werknemers echter niet geïnformeerd over het bestaan van dergelijk controlesysteem. De ontslagen werknemer vond dat, gelet op het feit dat hij noch weet had van het controlemechanisme van zijn werkgever, noch van de mogelijkheden en de omvang van de controle, er een schending was van artikel 8 EVRM.

Het Hof bevestigt zijn vaste rechtspraak dat artikel 8 EVRM, welke het recht op privéleven beschermt, ook van toepassing is in de arbeidsrelatie. Het Hof kwam in deze zaak tot de conclusie dat in het ontslag geen juiste balans kon gevonden worden tussen enerzijds het recht op privéleven van de werknemer en het controlerecht van de werkgever om de goede werking van de onderneming te waarborgen. Hoewel het Hof het controlerecht van de werkgever erkent, heeft deze laatste geen carte blanche. Zo moet de werkgever van het Hof zijn werknemers op voorhand kennis laten nemen van de controlemogelijkheden en moet de controle een legitieme doelstelling hebben. Ook dienen de controlemaatregelen proportioneel te zijn en de sancties evenredig met de inbreuk op het verbod.

De uitspraak van het Europese Hof ligt volledig in lijn met de Belgische cao nr. 81 betreffende de controle op de elektronische onlinecommunicatiegegevens. Deze regelgeving werd reeds in 2002 door de Nationale Arbeidsraad gesloten met als dubbel doel: enerzijds de bescherming van het grondrecht van de werknemer op de eerbiediging van het privéleven, en anderzijds rekening te houden met het controlerecht van de werkgever om de goede werking van de onderneming te waarborgen. De controle van de werkgever op onlinecommunicatiegegevens is, gelet op cao nr. 81, slechts toegelaten indien voldaan is aan de traditionele beginselen inzake finaliteit, proportionaliteit en transparantie. Zo is controle door de werkgever enkel toegestaan voor een beperkt aantal strikt omschreven doelstellingen, waaronder het voorkomen van lasterlijke en ongeoorloofde feiten en het te goeder trouw naleven van de in de onderneming geldende beginselen en regels voor het gebruik van onlinetechnologieën. De werkgever dient verder de werknemer op voldoende wijze te informeren over dergelijke controlesystemen, zowel een individuele kennisgeving als in het arbeidsreglement. Verder is de proportionaliteit tussen de inbreuk en de sanctie van primair belang. Het voorgaande arrest stelt het Belgische rechtskader aldus niet in discussie.

Voor de werkgever is het aan te raden een duidelijke policy omtrent de controle van onlinecommunicatie op te zetten die in overeenstemming is met cao nr. 81.

Van Goethem advocaten staat u met raad en daad bij bij het opmaken van dergelijke policy en beantwoordt graag al uw vragen omtrent de controle van onlinecommunicatie door de werkgever.

(Ref. EHRM 5 september 2017, nr. 61496/08, Barbulescu)